Bij andere velgen draait de passing niet alleen om steekmaat, ET en naafdiameter. Veel moderne auto's gebruiken een bandenspanningscontrolesysteem. Bij een direct TPMS-systeem zit in ieder wiel een sensor die bandenspanning meet en draadloos aan de auto doorgeeft.
Koop je een tweede wielset, dan zijn er grofweg drie situaties: de bestaande sensoren worden overgezet, de tweede set krijgt eigen passende sensoren, of een programmeerbare sensor wordt met de juiste voertuiggegevens ingesteld. Welke route werkt, hangt af van de auto en het sensorsysteem.
Eerst bepalen: direct of indirect TPMS
Niet iedere auto meet bandenspanning met een sensor in de velg. Een indirect systeem leidt drukverlies af uit wiel-/ABS-signalen en heeft geen druksensor in ieder wiel. Een direct systeem gebruikt juist wel sensoren in de wielen.
Controleer dus eerst welk systeem jouw exacte auto gebruikt. Alleen een TPMS-waarschuwingslampje op het dashboard vertelt niet automatisch welk type systeem aanwezig is.
Kun je bestaande TPMS-sensoren overzetten?
Bij directe TPMS kunnen sensoren technisch vaak uit een bestaande wielset worden gedemonteerd en in een andere geschikte velg worden geplaatst, maar dat is niet altijd de handigste oplossing. Je moet onder andere rekening houden met de fysieke sensor/ventielcombinatie, de staat van het ventiel en de geschiktheid voor de nieuwe velg.
Bij een aparte zomer- en winterset is een eigen sensorset per wielset vaak praktischer, omdat de banden dan niet iedere wissel gedemonteerd hoeven te worden alleen om sensoren te verplaatsen.
Wat betekent een TPMS-sensor programmeren?
Universele programmeerbare sensoren worden vóór of tijdens montage ingesteld voor het betreffende voertuig. Afhankelijk van het systeem kan een nieuwe sensor-ID worden aangemaakt of kan de ID van een bestaande sensor worden gekopieerd.
HELLA beschrijft bijvoorbeeld dat programmeerbare sensoren met een diagnose-/TPMS-apparaat kunnen worden geconfigureerd en dat bestaande sensor-ID's bij een tweede wielset kunnen worden gekopieerd. Dat betekent niet dat iedere universele sensor op iedere auto werkt: sensor, protocol, voertuig en programmeermethode moeten bij elkaar passen.
Programmeren en inleren zijn niet hetzelfde
Programmeren gaat over de sensor zelf: de juiste voertuigtoepassing en sensor-ID instellen. Inleren gaat over de auto: zorgen dat het voertuig de gemonteerde sensoren herkent.
Sommige auto's herkennen sensoren automatisch na een rit, andere hebben een procedure via het voertuigmenu nodig en weer andere vereisen diagnoseapparatuur. Neem daarom niet aan dat “TPMS aanwezig” betekent dat een gebruikte set direct foutloos werkt.
Waar let je op bij een gebruikte wielset met TPMS?
- Zijn er daadwerkelijk vier sensoren aanwezig?
- Zijn sensor en frequentie/protocol geschikt voor jouw auto?
- Zijn de ventielen zichtbaar beschadigd of gecorrodeerd?
- Is bekend hoe oud de sensoren ongeveer zijn?
- Moeten de sensoren nog worden geprogrammeerd of ingeleerd?
- Is de velg geschikt voor de gebruikte sensor-/ventielconstructie?
Een sensor kan fysiek aanwezig zijn maar toch niet bruikbaar zijn voor jouw auto. Behandel “met TPMS” daarom als een eigenschap die nog gecontroleerd moet worden, niet als automatische compatibiliteitsgarantie.
Wat als een TPMS-sensor defect raakt?
Een directe sensor bevat elektronica en een interne energiebron. Wanneer de sensor niet meer correct werkt, wordt doorgaans de sensor vervangen. Bij montage of bandenwissel is het verstandig ook de staat van ventiel, afdichtingen en bevestiging te controleren volgens de instructies van de sensorfabrikant.
TPMS hoort bij de complete wielsetcontrole
TPMS is maar één onderdeel. De velg moet nog steeds technisch passen op steekmaat, breedte, ET, naafdiameter, remruimte en draagvermogen; de band moet eveneens geschikt zijn voor voertuig en velg.
Lees daarom ook Welke velgen passen op mijn auto? en, bij tweedehands sets, Gebruikte velgen kopen: waar moet je op letten?.
Technische bron: HELLA — bandenspanningssensoren programmeren en inleren.